Gezelle & Honoré Vandenberghe-Denaux

Honoré Vandenberghe-Denaux was de drukker van Gezelles politieke krantje 't Jaer 30, een belangrijk instrument in de strijd tegen de liberalen. Uit voorzorg werden de teksten vernietigd na het drukken. Vermoedelijk gebeurde dit ook met de correspondentie om Gezelles identiteit als redacteur verborgen te houden. Vandenberghe is de grote afwezige in de Gezellecorrespondentie.

GGA050903 21
WVL 18631108 0001

Tegen De Westvlaming

Uitgever Honoré Vandenberghe-Denaux was afkomstig uit Poperinge en vestigde zich vanaf 1861 te Brugge vlakbij kanunnik Antoon Wemaer, die op de Dijver woonde. Werkzaam achter de schermen was Wemaer een spilfiguur in de politieke strijd van het bisdom tegen de liberalen. Samen met Gezelle startte het trio op 17 juli 1864 het politieke weekblad ‘t Jaer 30 (later 't Jaer 70), dat de strijd aanbond met de liberale tegenhanger De Westvlaming. De link met het bisdom probeerde men te verhullen maar voor De Westvlaming was het duidelijk dat Vandenberghe een stroman was van het bisdom.

“Een der dompers-kopstukken wendde zich eens tot die man en zei hem: “Vandenberghe, wy willen een welstellende, een ryke kerel van u maken; gy zult het noodig geld krygen om eene gazette.... ik wil zeggen een vuilbak op te richten; alle pastoors, onderpastoors en zelfs leerlingen van St. Louis zullen in dien vuilbak hunne gal, hun venyn komen braken, zy zullen er al wat geen slaef van het bisdom is, in de modder versmachten, en dit alles zal verschynen onder uwe naem; verder hebt gy u met niets te bemoeijen. Als vergoeding uwer dienstwilligheid, zullen wy u gazetten doen drukken dat het een plezier is, en by gevolg, veel geld doen winnen. - Dit scheen zeer aenlokkend en de man sloeg de merkt toe.”
De Westvlaming - 4 oktober 1868
GGA Aanw 570 01r

Verdwenen brieven

Naar de buitenwereld toe was Vandenberghe verantwoordelijk. Op 9 april 1868 werd hij aangeklaagd door De Westvlaming wegens laster. Ondanks een vrijspraak in eerste instantie, verloor hij het pleit in beroep op 29 juli 1869, waarna het hof van Cassatie het vonnis bekrachtigde. De identiteit van de redacteur moest verborgen blijven. Alle bewijstukken, artikels en brieven werden vernietigd. Wemaer maande Gezelle aan tot voorzichtigheid en ondertekende vanaf mei 1867 zijn brieven aan Gezelle met X.

  • GGA3559
  • GGA1911 02
  • GGA1911 01

Gelegenheidsdrukken

Vandenberghe drukte nog een aantal andere Gezelleteksten in dezelfde periode. Het ging om twee bidprentjes en twee humoristische, volkse jubileumverzen. Ook andere efemere publicaties houden verband met het weekblad, maar het is niet altijd duidelijk of die ook werkelijk verschenen. Voorbeelden hiervan zijn een West-Vlaams gebedenboekje en een tekstuitgave van tien sermoenen van de Dudzeelse pastor Vleys. In volle choleratijd zou in september 1866 een afzonderlijke tekstuitgave gepubliceerd zijn van een 17de-eeuwse pestinstructie die in afleveringen verscheen in ‘t Jaer 30. Een pamflet tegen de redacteur van De Westvlaming: ‘t Proces en al de vrome daden van Nasten den bril werd vermoedelijk nooit gepubliceerd. Dat was wel het geval voor een andere brochure uit de persstrijd.

Vandenberghedenaux Spotprent, Vandenberghe-Denaux

I have a dream

Op 26 oktober 1868 viel het gerecht binnen op de redactie van ‘t Jaer 30 en De Katholieke Zondag. Uitgever Honoré Vandenberghe-Denaux werd opgepakt en enkele dagen in hechtenis gehouden. Dit door een conflict tussen het gemeentebestuur van Sint-Denijs en de kerkfabriek, dat escaleerde toen de bisschop weigerde het nieuwe kerkhof in te zegenen. Onderpastoor Van Eecke preekte dat de gemeente door vuur gestraft zou worden. Dit werd herhaald in ‘t Jaer 30 waarin een apocalyptische droom beschreven werd waarin Sint-Denijs in vuur en vlam stond. De liberale verantwoordelijken voor het nieuwe kerkhof werden bij name genoemd. In de nacht van 11 op 12 juli werd er bij een aantal van hen werkelijk brand gesticht.

Ulenspiegel

Ul:Spegel

De inval riep heel wat vragen op: waren de huiszoeking en de opsluiting gerechtvaardigd? was dit geen inbreuk op de persvrijheid? Op 10 oktober kondigde ‘t Jaer 30 een publicatie aan met de titel Ul:Spegel. Daarvan verschenen 2 nrs. van 32 blz. met als ondertitel “De domicilie is onschendbaer” en “Drukken is vry”. Het concept was gebaseerd op het revolutionaire La Lanterne. Het “jongske van ‘t Jaer 30” dat men te Brugge "den Brugschen lanteern heet", bevatte 3 teksten: de vertaling van een juridisch pamflet van de jonge advocaat J. Herreboudt die de grondwettelijkheid van de huiszoeking aanvocht, de persoonlijke verslagen van de uitgevers en een feuilleton uit het volksboek Het aerdig leven van Thyl Ulenspiegel. De tekst werd getrouw gevolgd met uitzondering van verwestvlaamsingen en aanpassingen van locaties en namen.

JZE 18710603 0001

't Jaer 70

In juni 1870 werd Vandenberghe vervangen door Amand Delplace. Vanaf dan heette de krant ‘t Jaer 70. Toen Gezelle het moeilijk kreeg na het verdict van het persproces eind 1869, werd ingegrepen van hogerhand. De leiding werd overgenomen door een groep “filosofen”. De lezers apprecieerden de veranderde toon van de krant niet. Het had onmiddellijk negatieve gevolgen, zodat Gezelle in het voorjaar van 1870 in ere hersteld werd. Ondanks zijn ziekte zou hij zijn medewerking ook in de opvolger ‘t Jaer 70 nog volhouden tot zijn overplaatsing naar Kortrijk in september 1872, zij het met een meer beperkte inbreng. Vandenberghe-Denaux bleef wel verder de Franstalige tegenhanger Le Franc de Bruges uitgeven (1865-1876). Hij bleef als drukker actief tot 1892.

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.