Laat mij. . .

Laat mij, laat mij henenvluchten
landwaards, en de steê, de steê,
niets van al heur eeuwig zuchten,
niets van haar, mij volgen meê!

Storme is 't altijd in de stede en
ongerustheid; altijd iet,
dat daar, vol onvriendlijkheden,
grimt op mij en leelijk ziet.

Lam ben ik gepoogd aan ’t wenden
van den helmstok; en ’t gestoot
duwt en deert mij in de lenden,
van mijn' moeden levensboot.

Uit dit stormend zeespel henen,
heel alleene is 't, dat ik moet,
diepe en verre in 't land verdwenen,
rusten, daar ik God ontmoet.

God alleene—in welker talen
dat gezeid?—na hertenslust
hebben, hebben, en herhalen:
«Ik beminne U!» dat is rust!

Rijmsnoer

Guido Gezelle

Your browser does not meet the minimum requirements to view this website. View the compatible browsers below. If you do not have any of these browsers, click on the icon to download the desired browser.