Rodolphe Auguste Aimé Huyghebaert werd geboren in Torhout op 1 augustus 1855. Hij was de zoon van Amatus Huyghebaert (Middelkerke, 1817 – Torhout, 1890), muziekleraar aan de Torhoutse normaalschool en boekhandelaar, en Pauline Coleta Delplace (Brugge, 1828 – Torhout, 1906). Hij studeerde aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij in het schooljaar 1875-1876 klasgenoot was van René Adriaens en Albrecht Rodenbach in de zogenaamde ‘Wonderklasse’ van de retorica en zo ‘De Groote Stooringe’ meemaakte op 28 juli 1875. In 1876 trok hij naar Leuven om rechten te studeren, waar hij samen met oud-klasgenoten actief bleef in de Vlaamse studentenbeweging. Hij was betrokken bij de oprichting van de Sint-Tillogilde en speelde een belangrijke rol in de werking ervan, onder meer als leider van een koorgilde die Vlaamsgezinde liederen bracht. Hij was zelf een voortreffelijk pianist. In 1877 werd hij aangeduid als keurman voor West-Vlaanderen binnen de Vlaamsche Studentenbond. Daarnaast werkte hij mee aan Vlaamsgezinde studententijdschriften zoals "Onze Vlaamsche Wekker". Hij schreef ook het historische toneelstuk "Hendrik Van Calloo. 7 tafereelen uit de geschiedenis van Thorhout" (1883), dat in Torhout werd opgevoerd en waarvan fragmenten in "Onze Vlaamsche Wekker" verschenen. Rodolphe Huyghebaert overleed in Torhout op 28 januari 1884, op 28-jarige leeftijd.
Online editie van de brieven
Hier kan je de digitale beelden van de brieven vinden samen met de volledige doorzoekbare tekst. De brieven zijn verrijkt met biografische en contextuele informatie.
Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.
Deze website maakt gebruik van cookies. De cookies van Google Analytics zijn volledig geanonimiseerd en daarom plaatsen we die zonder toestemming. Lees hier meer over onze privacy politiek.