Amélie Emérentine Joseph Mullier, geboren in Moeskroen op 6 september 1810 als dochter van handelaar en tabaksfabrikant François Ernest Joseph Mullier (Moeskroen, 4 mei 1767 - Moeskroen, 26 februari 1828) en Marie Angélique Odou (Moeskroen, 8 mei 1767 - Moeskroen, 26 februari 1828). Haar ouders huwden op 4 augustus 1795 in Moeskroen. Ze was het jongste kind van een kroostrijk gezin. In 1846 trad ze in het klooster van de Zusters Augustinessen te Menen, en dit onder de kloosternaam Marie-Josephine. Ze werd verkozen tot priorin, een functie die ze bijna bekleedde tot aan haar overlijden in 1892. Dame Marie-Josephine was een uitzonderlijke persoonlijkheid die in even uitzonderlijke omstandigheden leiding gaf aan een gemeenschap van dertig zusters waarbij zowel de medische zorg als een gevarieerd onderwijsnet uitgebouwd werd. De priorin was een getalenteerde persoonlijkheid die, naast muzikale en artistieke kennis, ook beschikte over sociale en organisatorische talenten. Met veel enthousiasme bouwde ze aan de gereputeerde kostschool die gekend was als ‘Pensionnat de Jeunes Demoiselles dirigé par Les Religieuses Augustines du Couvent Saint-Georges à Menin’. Het korte fragment van de brief aan Guido Gezelle typeert haar ten voeten uit. In een rijke, maar directe stijl, richt ze zich tot Gezelle en rekent erop dat hij, dankzij zijn ‘pieuse libéralité vous ne nous refuserez pas une obole!’ Netwerken en fundraising hoorden tot haar belangrijkste kwaliteiten. En dit bleek meer dan eens noodzakelijk. Rond 1850 was ze er reeds in geslaagd interne spanningen in de communauteit op te lossen én de kostschool opmerkelijk uit te breiden. Zolang het onderwijs echter functioneerde onder de stedelijke Commissie der Burgerlijke Hospitalen werd de school geconfronteerd met financiële moeilijkheden: ‘quoique nous vivions avec une sévère économie nos dépenses annuelles absorbes nos dots…’. Even later brak de schoolstrijd los en in oktober en november 1882 werd het onderwijzend personeel uit de school gezet door het liberale stadsbestuur. Zuster Josephine slaagde erin oplossingen te vinden (een kosteloos asiel voor kinderen, een huurhuis voor de zusters). In 1887 vond de priorin de nodige financiële steun en kocht alle oude gebouwen van het pensionaat terug. Op 24 januari 1892 overleed de blind geworden Priorin Marie-Josephine in het klooster. De krant 'De Meenenaar' (06.02.1892) loofde haar uitzonderlijke inzet en vele jaren van wijs beleid.
Online editie van de brieven
Hier kan je de digitale beelden van de brieven vinden samen met de volledige doorzoekbare tekst. De brieven zijn verrijkt met biografische en contextuele informatie.
Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.
Deze website maakt gebruik van cookies. De cookies van Google Analytics zijn volledig geanonimiseerd en daarom plaatsen we die zonder toestemming. Lees hier meer over onze privacy politiek.